Zelfoverwinning

Ware overwinning is zelfoverwinning

Masakatsu agatsu (v.r.n.l.): “Ware overwinning is zelfoverwinning” (Morihei Ueshiba).

Egoïsme (zelfzucht, eigenwaan, kleingeestigheid) is:
een ondermijnende aandoening, een vorm van bewustzijnsvernauwing, een teken van onvolgroeidheid, een verdedigingsrespons, een verdovingsstaat, een degeneratieverschijnsel, een verslaving, een automatisme, een tijdelijke illusie, een overbodige maatregel want een oplosbare conditionering.

Een ondermijnende aandoening

Niemand kiest in vrijheid en van harte voor een instabiele en afhankelijke levenshouding waarin het je ontbreekt aan volheid en gerustheid, en waarbij je afziet van volledige ontplooiing en van open beleving en gelijkwaardige verbindingen; egoïsme gaat ten koste van mijn totaalbestaan.

Een vorm van bewustzijnsvernauwing

De verkramping die deze staat veroorzaakt, verhindert me om ontspannen en in vertrouwen onbevooroordeeld te opereren; ruimere of diepere mogelijkheden en bedoelingen ontgaan me simpelweg omdat beperkte visie mij niet in staat stelt goed waar te nemen.

Lees verder...

Een teken van onvolgroeidheid

Voor een deel laat ik me leiden door primitieve, haast dierlijke motieven; ik ben gefixeerd op risco’s ontlopen en voordeel halen; de zintuiglijke, wereldse voorgrond domineert mijn bestaan, fysieke bevrediging dicteert het mijn doen en laten in mijn deze kinderlijke geestesstaat.

Een verdedigingsrespons

Afstand en scheidingsmechanismen die ik erop nahoud vrijwaren me van de moeite die communicatie, interactie en samenleven in het algemeen met zich meebrengt; zo hoef ik me niet te engageren en kan ik zelf bepalen wat ik in mijn wereldje toelaat en wat niet.

Een verdovingsstaat

Omdat het zo moeilijk is om álle aspecten van ons bestaan volledig toe te laten, dat wil zeggen, ze te leren kennen en ermee om te gaan – liefde, vrijheid, sterfelijkheid – laat ik me deels verdoven tegen de heftigheid en omvang ervan; allerlei vormen van compensatie gebruik ik voor dit doel.

Een degeneratieverschijnsel

Egoïsme is niet onze intrinsiek-menselijke staat, weerspiegelt niet ons oorspronkelijk potentieel; ik loop voortdurend het risico om mijn ware aard met al zijn kwaliteiten te negeren en te verwaarlozen; omdat ik dit in het verleden heb toegelaten, ben ik verzwakt en verward, onderhevig aan wens, woede en waan.

Een verslaving

Ik ben in de ban van krachten die ik niet beheers, met name de subtiele werking van mijn zintuigen heeft me in mijn macht; ik loop aan de leiband van begeertes die in allerlei vormen en op onvoorspelbare momenten bezit van me nemen; het lukt me niet om die mechanismen zonder meer los te laten.

Een automatisme

Gemakzucht voelt niet direct nadelig, veel elementen in mijn leven zijn gebaat bij regulering en vaste procedures; maar zonder het te beseffen maak ik ook mijn identiteit tot onderdeel van alle controle-elementen en automatisering; hierdoor verlies ik mijn bewuste aanwezigheid, ten koste van een verantwoorde, vrije weging van de dingen.

Een tijdelijke illusie

Mensen zijn bewustzijnsdragers: onze meest waardevolle eigenschap is een geest die kan leren en bepalen en kiezen; maar als ik deze continu werkzame wetmatigheid vergeet of zelfs vervang door een eigen context en mensbeeld, dan verkeer ik tijdelijk in illusie en dan investeer ik per saldo in allerlei overbodige of contra-productieve interesses.

Een overbodige maatregel, want een oplosbare conditionering

Onze geest is een machtige kracht die onderzoek, expressie en creativiteit mogelijk maakt; het is niet zo vreemd dat we daarmee aan de haal gaan, dat we erdoor overdonderd worden of dat we er zelfs een particuliere identiteit aan ontlenen: zó sterk is die geest, ik kan er heel wat (waan)werkelijkheden op nahouden.

Maar naarmate ik de werking van die geest leer kennen – zijn onpersoonlijke, wetmatige en pure, niet-geconditioneerde werking – voelt de zo dwangmatig door mij gehanteerde “tweede werkelijkheid” van een ik-idee als hopeloos overbodig en actief ongewenst zelfs.
De echte, direct beleefde werkelijkheid is veel wonderlijker, betrouwbaarder en bruikbaarder dan alles wat door mij, als agentje daarvan, aan ideeën, commentaar en maatregelen kan worden opgehoest.

Nu ik dit zo navoel en verhelder, besef ik dat mijn egoïsme uit een veelheid van krachten is voortgekomen, als een geleidelijk cumulerende droom. Maar tegelijkertijd kan ik ook begrijpen hoe deze geconstrueerde ik-geest een afgeleide versie is van de directe en volle waarheidswerking, en dat alle tijdelijke moeite of vervorming vanwege ongeluk, eenzaamheid of sterfelijkheid bedoeld zijn als leermateriaal.

Onvervuldheid, het ongelukkig-zijn met onszelf en onze omgeving, wordt ons duidelijk dankzij de kracht van innerlijkheid.
Die kracht laat mij mijn lijden beseffen, maar hij laat me ook beseffen hoe alle moeite kan worden begrepen, aanvaard en opgelost uiteindelijk, als laatste act van zelfoverwinning.

Als dit gerealiseerd kan worden dankzij deze kernkracht, dankzij de innerlijke kwaliteit van ons bewustzijn, dan bevestigt dit de zin van onderzoek en oefening.


Illustratie uit: Ueshiba, Morihei: The essence of Aikido. Tokyo 1993.

Deze tekst is een fragment uit het boek Dharmium.


◄║►