Terminologie

Lijst van klassieke termen uit de boeddhistische wijsheid.

TIP: gebruik Ctrl-F, als je specifiek woord zoekt

• AMRITA

Onsterfelijkheid; mri = sterven. Samenhang met “ambrozijn”, godendrank.
Sommige boeddha’s (Amitayus bijv.) hanteren vaas met nectar van onsterfelijkheid – een van de symbolen van geluk.

ANUTTARA SAMYAK SAMBODHI

“Hoogste, weergaloos volmaakte verlichting”: geen hoger (uttara = hoger), geen ander (samyak van sama = gelijk, zelfde), geen wijziging (sam ook van sama).

ASRAVA

Letterlijk: “uitvloeiing, afscheiding”; woekering.

1. kamasrava – woekering van verlangens
2. bhavasrva – woekering van wording, bestaan
3. avidyasrava – woekering van onbegrip

1 en 2 scheppen, tezamen met hang naar bevrijding (= 3), trishna (dorst, 2e van 4 waarheden). Zie ook 12 ketens en 4 zekerheden.

BARDO (4) [lett. tussengebied]

1. leven – natuurlijk
2. sterven – pijnlijk
3. dharmata – schitterend
4. wording – karmisch

BEHEERSINGEN (8) [abhibhavayatana]

Bij 1 en 2 gebruikt men een beperkt (klein) of onbegrensd (groot) gebied van eigen lichaam. Bij 3 en 4 kiest men een uiterlijk object (bloem bijv.); klein object voor onstabiele mensen, groot object voor misleide mensen, mooi object voor mensen met woede, lelijk object voor mensen met hebzucht. Vergelijk met 8 bevrijdingen: beheersing 1-2 corresponderen met 1e bevrijding; beheersing 3-4 met 2e bevrijding; beheersing 5-8 met 3e bevrijding.

1. waarnemen van lichaam m.b.t. beperkte vormen
2. waarnemen van lichaam m.b.t. onbegrensde uiterlijkheden
3. waarnemen van vormloos lichaam m.b.t. beperkte vormen
4. waarnemen van vormloos lichaam m.b.t. onbegrensde uiterlijkheden
5. blauw (schoonheid)
6. geel (schoonheid)
7. rood (schoonheid)
8. wit (schoonheid)

BESTAANSVORMEN (6) [gati]

1-3 hogere (goed karma), 4-6 lagere (kwaad karma). Levensvormen in de 3 werelden, bepaald door de 3 vergiften (akushala).

1. deva (hemelwezens): hebzucht
2. mensen: woede
3. asura (demonen): onbegrip
4. preta (hongerige geesten): hebzucht [lett.: overledene]
5. naraka (hellewezens): woede [beheerst door Yama]
6. dieren: onbegrip

BEVRIJDINGEN (3) [vimoksha]

Ook genoemd: poorten tot nirvana.

1. leegte – besef van shunyata: ego en dharma’s zijn leeg.
2. vormloosheid – besef van animitta: dharma’s zijn niet te onderscheiden.
3. gelijkmoedigheid – besef van duhkha: bestaan verdient geen verlangen.

• BEVRIJDINGEN (8) [ashta-vimoksha]

Meditatie-oefening die 8 stadia van concentratie doorloopt als hulpmiddel om lichamelijke en niet-lichamelijke factoren te overwinnen. Vergelijk met de 8 beheersingen: beheersing 1-2 corresponderen met 1e bevrijding; beheersing 3-4 met 2e bevrijding; beheersing 5-8 met 3e beheersing. 4-7 zijn identiek aan de 4 stadia van vormloosheid (arupasamadhi).

1. besef van interne en externe vormen
2. besef van externe vormen
3. besef van schoonheid
4. verwerkelijking van veld van onbegrensde ruimte
5. verwerkelijking van veld van onbegrensd bewustzijn
6. verwerkelijking van veld van afwezigheid, niets
7. verwerkelijking van veld van waarneming noch niet-waarneming
8. ophouden van besef en gevoel (nirodha-samapatti)

BEWUSTZIJN (9) [vijnana]

5e skandha, 3e keten. Zen hanteert model van Yogacara school:
1-6 = zintuig-bewustzijn; geboorte en dood; subject-illusie. 7 = manas: ik-besef; subject-beleving. 8 = alaya-vijnana (ook: chitta): opslag-bewustzijn, voorraad-bewustzijn; karma.
In 7 en 8: geen geboorte en dood; het individu (anatman) blijft van 1-8 in stand. Deze 8 geestesvormen zijn als een golf die voortkomt uit leegte, de oceaan van bewustzijn.

1. gezicht
2. gehoor
3. reuk
4. smaak
5. tastzin
6. intellect
7. manas (ik-besef)
8. alaya (ook “chitta”; voorraad-bewustzijn; bevat “bija”, zaden van karma die kunnen rijpen tot “phala”, vruchten.)

Manas: geest, intelligentie, denken.
In Hindoeïsme: een van de 5 anthakarana, innerlijke organen: jnana (kennis), manas (geest), buddhi (intellect), chitta (geheugen) en ahamkara (ego).
Via manas ontvangen we indrukken die doorgegeven worden naar buddhi (categoriserend element van anthakarana).
“Het Hart is de bron van de anthakarana” (Ramana Maharshi).
In Boeddhisme: mentale vermogens en activiteiten. 6e van de 6 zintuigbases (shadayatana), conditioneert de andere 5 zintuigbases.

BODHI

Zie “verlichting“; “Bodhi is gelijk aan oefening.”

BODHICITTA

Verlichtingsgedachte, -besef; ook innerlijk voornemen om verlichting te verwezenlijken.

BODHISATTVA [lett. verlichtingswezen]

I.t.t. arhat van Hinayana. De bodhisattva beoefent de 6 paramita‘s op grond van gelofte, als expressie van het vaste voornemen om verlichting te bereiken en alle schepselen daarin te helpen. Uit mededogen en wijsheid ziet hij af van nirvana.
Shunryu Suzuki: “Stervelingen komen ter wereld op grond van karma, boeddha’s op grond van een gelofte.”
De bodhisattva weg begint met verlichtingsbesef [bodhicitta], en met de gelofte [pranidhana], en verloopt via 10 landen [bhumi].
Te onderscheiden in 2 dimensies: aards (mensen) en transcendent (helpers). Voorbeelden:

Manjushri [lett. Nobel en Zacht]; wijsheid [prajna].
Avalokiteshvara [lett. Vernemer der Wereldgeluiden]; mededogen [karuna]; helper van Amithaba, zijn spirituele vader.
Samantabhadra [lett. De Alom Goede]; eenheid absoluut-relatief; verbonden met Vairocana; zijn naakte blauwe lijf symboliseert shunyata; vaak met partner in yab-yum [lett. vader-moeder] afgebeeld.

BOEDDHA [“ontwaakte”, “gewaarzijn”]

“Wie zijn eigen aard ziet is een boeddha, wie deze niet ziet is een sterveling.” (Bodhidharma)
Historische boeddha: Siddharta (voornaam) Gautama (familienaam) Shakyamuni (wijze uit Shakya-stam, heersers over Kapilavastu in Noord India, huidige Nepal).

CHAKRA [zie “wiel“]

DEVA [hemelwezens]

Letterlijk: “de stralende, de lichtende”. Een van de 6 bestaansvormen (gati) van samsara. Er zijn 28 hemelse rijken: 6 in de wereld van verlangen, 18 in de wereld van vorm, en 4 in de vormloze wereld (zie 3 werelden).

DHARANI [lett. houdster].

Korte soetra’s met magische formules, meestal langer dan mantra’s.
Dragen de essentie van het betreffende onderricht over, door middel van herhaling.

DHARMA [van “dhri”: vasthouden, dragen]

Bodhidharma: “De sublieme dharma-melk van de drie voorschriften” [zie oefening en de paramita‘s]. “Bron van onbegrensde potentie” (Shunryu Suzuki). Zie ook “wiel” (dharma-chakra).

DHYANA: zie “meditatie

DOOD [uiterlijk-innerlijk oplossen]

Tezamen met ziekte en ouderdom, een van de “3 goddelijke boodschappers” (deva-duta).
Oplossen verloopt in stadia:

Uiterlijk (zintuigen + elementen: lichaam)

1. aarde (berg) – vorm
2. water (rivier) – gevoel
3. vuur (vlammenzee) – waarneming
4. lucht (wervelstorm) – samenhang
5. bewustzijn: winden samengetrokken in “levensondersteunende wind” in hart

Innerlijk (grof-subtiele gedachten/emoties: geest)

1. witte essentie daalt – agressie verdwijnt: witheid verschijnt
2. rode essentie stijgt – begeerte verdwijnt: roodheid neemt toe
3. bewustzijn ingesloten – onwetendheid verdwijnt: zwartheid bereikt
4. grond-luminescentie schijnt: boeddhanatuur – dharmata

Mara, in het Boeddhisme hoogste god van Kamaloka (begeertedomein) en oorspronkelijk de Vedische god vaan de voortplanting [1], symboliseert als belichaming van de dood de verblindende werking van lust en woede.

[1] Janssen en de Breet: Verzameling van middellange leerredes I, p. 509

ELEMENTEN (5) [mahabhuta; vier dhatu + akasha]

1. aarde – het vaste: bodem, basis
2. water – het vloeibare: aanpassingsvermogen, continuïteit
3. vuur – het verwarmende: helderheid, waarneming
4. lucht – het bewegende: beweeglijkheid, verandering
5. ruimte – het doordringende: onbegrensdheid (akasha)

ENERGIELICHAAM [sambhogakaya]

Een van de 3 lichamen.

ESSENTIES (2) [bindu]

1. wit: zetel bij kruin – pure essentie van zaad van vader
2. rood: zetel bij navel – pure essentie van bloed van moeder

FAMILIES, BOEDDHA- (5) [buddhakula]

Kwaliteiten van Sambhogakaya [zie lichamen]; aspecten van prajna [zie oefening en paramita]; “meditatie boeddha’s”.

1. Vairocana [lett. Zon-gelijkende]
Alomvattende ruimte: openheid, oneindigheid – transformeert onwetendheid; centrum; wiel; ruimte; hart; mudra: hoogste wijsheid.
2. Akshobhya [lett. Onbewogene]
Spiegelende wijsheid: weerspiegeling – transformeert woede; oost; vajra-scepter; water; voorhoofd; mudra: aarde raken.
3. Ratnasambhava [lett. Juweel-geborene]
Gelijkheidswijsheid: onbevooroordeeld zijn – transformeert trots; zuid; ratna-juweel; aarde; navel; mudra: wens vervullen.
4. Amitabha [lett. Grenzeloos Licht]
Onderscheidende wijsheid: helderheid – transformeert begeerte; west; padma-lotus; vuur; keel; mudra: meditatie.
5. Amoghasiddi [lett. Foutloze Vervuller]
Vervolmakende wijsheid: volmaakte aanwezigheid – transformeert jaloezie; noord; zwaard; lucht; geslacht; mudra: onbevreesdheid.

• GASSHO, [anjali-mudra]: zie “mudra

GELOFTEN (4), de Vier Grote – [pranidhana, Jap.: shiku seigan]

Deze Bodhisattva-formule, die in tempels meermaals per dag tijdens de oefening gereciteerd wordt, luidt:

1. Alle wezens, talloos, beloof ik plechtig te bevrijden
2. Eindeloos blinde hartstochten beloof ik plechtig uit te roeien
3. Dharma-poorten, talloos, beloof ik plechtig door te gaan
4. De Grote Weg van Boeddha beloof ik plechtig te bereiken.

Een bondiger versie:

Levensvormen ongeteld, ik zweer hen te behoeden
Wensen onverzadigbaar, ik zweer hen te bedaren
Bronnewerking onbegrensd, ik zweer hem te bevatten
Eenheidswegen eindeloos, ik zweer hen te begaan.

HINDERNISSEN (5) [nivarana]

Overwinnen ervan maakt dhyana mogelijk.

1. verlangen [kama; abhidya]
2. kwaadaardigheid [pradosha]
3. luiheid [styana] + stijfheid [middha]
4. rusteloosheid [anuddhatya] + wroeging [kaukritya]
5. twijfel [vichikitsa]

HUAYAN [Jap.: Kegon]

Letterlijk: “Avatamsaka”, belangrijke Boeddhistische school gebaseerd op de Avatamsaka soetra, “Bloesem Sier soetra”.
Ontstaan rond 600, door toedoen van de monniken Tu-shun en Chih-yen, de eerste twee patriarchen.
De vijfde patriarch, Zongmi (Tsung-mi, 780-841), was een belangrijk vernieuwer van de school; was tevens Zen meester.
De school wordt omschreven als “het onderricht van de totaliteit”: alles hangt met alles samen.
Net als de Tiantai school verdeelt ook de Huayan school Boeddha’s onderricht in 5 fasen, die elk hun eigen karakter hebben – als grondslag voor de verschillende Boeddhistische scholen.

KALPA

Letterlijk: “wereldcyclus, wereldtijdperk”.
Een onvoorstelbaar lange tijdsduur.

KANALEN (3) [nadi]

Subtiele verticale energiebanen (en talloze vertakkingen) in en door menselijk lichaam:

1. rood
2. wit
3. centraal

KARMA

“Moreel equivalent van de natuurkundige wet van oorzaak en gevolg.” (Red Pine: Bodhidharma, p. 133).
Geactiveerd door lichaam, spraak en geest; deze drie manifestaties (voortkomend uit de 3 vergiften hebzucht, woede en onbegrip) kunnen getransformeerd worden tot de 3 lichamen via mudra, mantra en samadhi.
Zie ook 3 kostbaarheden en 6 bestaansvormen.

KETENS (12) [pratitya-samutpada; lett. voorwaardelijk ontstaan]

Kringloop van geboorte en dood. Zie ook samsara en levenswiel.
Beslaat 3 levens (1+2 vorig leven, 11+12 toekomstig leven).

1. avidya – onwetendheid (3e smet)
2. samskara – wens, vormgeving, neigingen, impulsen (4e skandha)
3. vijnana – besef, bewustzijn (5e skandha)
4. namarupa – lett. naam-vorm, geest-lichaam, individualiteit
5. shadayatana – de zes zintuigen
6. sparsha – aanraking, contact met omgeving, zintuiglijkheid
7. vedana – gewaarwording, onderscheid, betekenisgeving (2e skandha)
8. trishna – behoefte, dorst, gemis (2e waarheid)
9. upadana – gehechtheid, vasthouden
10. bhava – wording, bestaan, karmische processen
11. jati – geboorte
12. jara-maranam – ouderdom en dood

KOAN [Chin.: gongan]

Japans, letterlijk: “openbare kennisgeving”; in oorsprong verwijst de term naar een juridische kwestie die als precedent kon dienen.
Net als het tellen of volgen van de adem, is de koan een oefen/concentratie-instrument binnen de Zen traditie, en verregaand vergelijkbaar met mantra.
Vaak één zin of woord, verwijzend naar de waarheid.
Kan citaat zijn, of uitspraak van leraar, of een levende eigen vraag.
Voorbeelden: “Wie ben ik?”, “Mu”, “Niets heiligs”, “Wat is de klap van één hand?”, “(Alles is) Een”.
Er zijn 3 grote Chinese koan-verzamelingen in gebruik, uit overgeleverd historisch materiaal:

1. Verslag van de Blauwe Rots (Chin: Pi-yen-lu, Jap: Hekigan-roku): 100 koans [Blue Cliff Record]
2. De Poortloze Poort (Chin: Wu-men-kuan, Jap: Mumonkan) 48 koans [Gateless Gate]
3. Het Boek van Sereniteit (Chin: Ts’ung-jung-lu, Jap: Shôyô-roku): 100 koans [Book of Serenity]

KOSHA (5) [omhulsels] (vgl. met 5 skandha’s)

In Taittiriya-Upanishad. Zij omringen Atman, het Zelf.
Van buiten naar binnen:

1. anna-maya kosha – materieel: voedsel
2. prana-maya kosha – energetisch: adem, levensenergie
3. mano-maya kosha – mentaal: waarnemingen
4. vijnana-maya kosha – intelligentie: onderscheid, wil
5. ananda-maya kosha – zaligheid: innerlijke vreugde

KOSTBAARHEDEN (3) [triratna]; ook “juwelen”

Tibetaans: kyabdro.

1. boeddha – geest
2. dharma – spraak
3. sangha – lichaam

Vergelijk ook 3 toevluchten.

KRACHTEN, BOVENNATUURLIJKE – (6) [abhijna]

Eerste vijf zijn wereldlijk, verkregen via de 4 dhyana-stadia; de laatste is buitenwereldlijk, via vipashyana.

1. potentie (riddhi)
2. geluiden horen
3. gedachten kennen
4. vorige levens kennen
5. inzicht in levenswetten
6. kennis omtrent eigen functioneren

LANDEN (10) [bhumi]

Stadia van de bodhisattva; eerste zes zijn aardse paramita-stadia, overige zijn transcendente staten.

1. pramudita-bhumi: LAND VAN VREUGDE
In dit stadium is de bodhisattva verheugd over het betreden van het pad van boeddhaschap. Hij heeft verlichtingsbesef (bodhichitta) verkregen en de bodhisattva-gelofte afgelegd. Hij beoefent met name de deugd van vrijgevigheid (dana) en kent geen egoïstisch denken of behoefte aan karmische verdiensten. De bodhisattva erkent nu de leegte van het ego en van alle dharma’s.

2. vimala-bhumi: LAND VAN REINHEID
Hier vervolmaakt de bodhisattva zijn discipline (shila); hij maakt geen misstappen. Hij beoefent dhyana en samadhi.

3. prabhakara-bhumi: LAND VAN SCHITTERING
De bodhisattva verkrijgt inzicht in de vergankelijkheid (anitya) van het bestaan en ontwikkelt de deugd van verdraagzaamheid/geduld (kshanti), door moeilijkheden aan te gaan en andere levende wezens actief te helpen zich te bevrijden. Hij heeft de drie vergiften (akushala) ontworteld. Dit stadium is mogelijk dankzij vastberadenheid, verzadiging en gelijkmoedigheid. De bodhisattva verwerkelijkt de 4 meditatiestaten (dhyana), de 4 stadia van vormloosheid (arupasamadhi), en de eerste 5 van de 6 bovennatuurlijke krachten (abhijna).

4. archismati-bhumi: HET VLAMMENDE LAND
De bodhisattva “verbrandt” resterende foute ideeën en ontwikkelt wijsheid. Hij beoefent de deugd van inzet (virya) en vervolmaakt de 37 “verlichtingsaspecten”.

5. sudurjaya-bhumi: LAND DAT ZEER MOEILIJK TE VEROVEREN IS
In dit stadium gaat de bodhisattva op in meditatie (dhyana) om een intuïtieve greep op de waarheid te krijgen. Zo begrijpt hij de 4 edele waarheden en de “2 waarheden”. Hij heeft twijfel en onzekerheid opgeruimd en weet wat de bedoeling is en wat niet. Hij werkt verder aan de vervolmaking van 37 verlichtingsaspecten.

6. abhimukhi-bhumi: LAND MET ZICHT OP WIJSHEID
Hier onderkent de bodhisattva dat alle dharma’s vrij zijn van eigenschappen, van wording, van veelvoud, en hij ziet het onderscheid tussen bestaan en niet-bestaan. Hij verkrijgt inzicht in de ketens van voorwaardelijke ontstaan (pratitya-samutpada), overschrijdt het onderscheidend denken door vervolmaking van de deugd van wijsheid, en begrijpt de leegte (shunyata).

7. durangama-bhumi: HET VER REIKENDE LAND
De bodhisattva heeft nu kennis verkregen en de geschikte middelen (upaya) die hem in staat stellen elk levend wezen op de weg naar verlichting te leiden overeenkomstig diens mogelijkheden. In dit stadium vindt een overgang plaats naar een ander bestaansniveau, dat van een transcendente bodhisattva, iemand die zich kan manifesteren in elke denkbare vorm. Na dit stadium is het niet langer mogelijk terug te vallen in lagere bestaansvormen.

8. achala-bhumi: HET ONBEWEEGLIJKE LAND
In dit stadium kan de bodhisattva nergens meer door gestoord worden; hij heeft namelijk de voorspelling ontvangen omtrent tijd en plaats van zijn boeddhaschap. Hij wint het vermogen zijn verdienste over te dragen op andere wezens, en ziet af van het verzamelen van karmische schatten.

9. sadhumati-bhumi: LAND DER GOEDE GEDACHTEN
De wijsheid van de bodhisattva is volledig; hij bezit de 10 vermogens (dashabala), de 6 bovennatuurlijke krachten (abhijna), de 4 zekerheden (vaisharadya), de 8 bevrijdingen (ashta-vimoksha) en de dharani. Hij kent de aard van alle bestaan en maakt het onderricht kenbaar.

10. dharmamegha-bhumi: LAND DER DHARMA-NEVEL
Alle inzicht (jnana) en onmetelijke deugdzaamheid zijn verwerkelijkt. De dharmakaya van de bodhisattva is volledig ontwikkeld. Hij wordt omringd door talloze bodhisattva’s op een lotus in de Tushita-hemel. Zijn boeddhaschap wordt bevestigd door alle boeddha’s. Voorbeelden zijn Maitreya en Manjushri.

LEEGTE: zie “shunyata

LICHAMEN (3) [tri-kaya]

Zijnsniveau’s; transformaties van de manifestaties geest, spraak en lichaam, (zie ook “karma“).

1. dharma-kaya (waarheidslichaam): het wezenlijke
» essentie, ruimte, leegte, vrede, naamloos
2. sambhoga-kaya (zaligheidslichaam): het energetische
» bezieling, licht, vreugde, liefde, tijdloos
3. nirmana-kaya (veranderingslichaam): het waarneembare
» manifestatie, werking, wijsheid, spontaniteit, vormloos

MADHYAMIKA

Letterlijk: “de Weg van het Midden”.
Samen met de Yogacara school van Asanga en Vasubandhu, de belangrijkste school binnen Indisch Mahayana boeddhisme.
Gesticht door Nagarjuna, 14e Zen-patriarch (± 200 n.C.).
Ontkent elk dualisme: “Geen elimineren, geen produceren, geen verdwijnen, geen blijven, geen eenheid, geen veelvoud, geen bereiken, geen verliezen.”

MANTRA

Van de wortel “mn”: ma, man, mens, minne, manie, mantis.
Heilige, innerlijke klank of woord(en); lett.: “bescherming”.
Voorbeelden: “Ohm”, “Ohm Mani Padme Hum”, “Namu Amida Butsu”, “Ohm Shri Ram Jai Ram”, “(Alles is) Een” – al naargelang de spirituele traditie en leraar.
Bewustwordingsinstrument van de levende waarheid.
Vergelijkbaar met koan in Zen.

MEDITATIE (4) [dhyana]

Vier stadia van loslaten van rupadhatu [zie 3 werelden], via concentratie (samadhi).
Neemt 5 hindernissen (nivarana) weg en maakt bovennatuurlijke krachten (abhijna) mogelijk.
Einde van 8-voudig pad.

1. begrip, besef, interesse; welzijn (sukha).
2. innerlijke kalmte, vreugde, eenpuntigheid, welzijn.
3. aandacht, gelijkmoedigheid (upeksha), welzijn.
4. aandacht, gelijkmoedigheid.

MERKTEKENS (3) [trilakshana]

Kenmerken van het geconditioneerde bestaan.

1. anitya (onbestendig)
2. anatman (zelveloos)
3. duhkha (pijnlijk)

MUDRA

Letterlijk: “zegel, teken”.
Symbolisch/energetisch gebaar of houding.
In de afbeeldingen van boeddha’s worden vele mudra’s gebruikt.
Enkele bekende:

1. Dhyani-mudra, normale meditatiehouding:
handen in open ovaalvorm bijeen in de schoot voor je centrum, duimen raken elkaar lichtjes.
2. Uttarabodhi-mudra (lett.: “latere – of volgende verlichting”) – mudra van Vairochana: handen voor de borst bijeen, dan vingers over elkaar heen leggen (of vouwen), met uitzondering van wijsvingers.
3. Vitarka-mudra (lett.: “twijfel-mudra”): onderrichtshouding, gebaar van onderzoek, discussie:
wijsvinger en duim raken elkaar, rechterhand omhoog, linkerhand omlaag
4. Dharmacharkra-mudra: verkondiging, wentelen van “het wiel van de leer”:
linkerpalm naar binnen, rechter naar buiten gekeerd; de cirkels, gevormd door duim en wijsvinger van elke hand, raken elkaar.
5. Bhumisparsa-mudra: aarde aanroepen als getuige van verlichting:
linkerpalm in de schoot omhoog wijzend, rechterhand, palm naar binnen, raakt over de knie de aarde.
6. Anjali-mudra (namaskara-groet, Jap.: gassho): uitdrukking van Zodanigheid:
handpalmen bijeenbrengen op borsthoogte.
7. “Vlinder-mudra“, handen bedekken in vlindervorm het hart (rechterhandpalm kruiselings over linkerhandrug, duimen raken elkaar); symbool van verinnerlijking; versmelting van binnen (hart) en buiten (handen).

NIRVANA [“afwezigheid van adem”]

De andere oever.
“Dat wat, als het onderworpen is aan karma, samsara is, is, wanneer het niet langer onderwopen is aan karma, nirvana”. (Nagarjuna, in: Red Pine: Bodhidharma, p. 131)

OEFENING, DRIEVOUDIGE BODHISATTVA- (3) [trishiksha]

Door Bodhidharma ook bevrijdingen genoemd, “voorschriften” (disciplines).
Tegengif tegen de 3 vergiften / werelden; concreet tot uiting gebracht in de vier grote “geloften“.
Correspondentie met lichaam, adem, geest.
Zie voor algemenere “allesomvattende oefeningen”: waarheden.

1. shila – moreel gedrag: einde maken aan alle kwaad.
Geen hebzucht/begeerte (stap 3-5 van 8-voudig pad).
2. samadhi – meditatie: deugdzaamheid ontwikkelen.
Geen woede/vorm (stap 6-8 van 8-voudig pad).
3. prajna – wijsheid: alle levende wezens bevrijden.
Geen onbegrip/zelf (stap 1-2 van 8-voudig pad).

OGEN (5): VISIE [cakshu]

1. stoffelijk
2. goddelijk
3. wijsheids– (“derde oog”)
4. Dharma
5. Boeddha

PAD, ACHTVOUDIG (8) [ashtangika marga]

1. juiste visie [samyak-ditthi]
2. juiste intentie [samyak-samkalpa]
3. juiste spraak [samyak-vach]
4. juiste handeling [samyak-karmanta]
5. juiste levensonderhoud [samyak-ajiva]
6. juiste toewijding [samyak-vyayama]
7. juiste aandacht [samyak-smriti]; vgl. pali “satipatthana”.
8. juiste concentratie [samyak-samadhi]; vier meditatievormen [dhyana].

PARAMITA (6)

“Wat de andere oever heeft bereikt” (param = voorbij, over; ita = gegaan), vervolmakingen.
Zij zuiveren de bodhisattva, door transformatie van de 6 zintuig-dieven; “roeien je over”.

1. dana – geven
2. shila – discipline
3. kshanti – geduld
4. virya – inzet
5. dhyana – meditatie
6. prajna – wijsheid

PRANA [“ki”]

Zie ook bindu (essenties) en nadi (kanalen).
5 “hoofdwinden” ondersteunen de 5 elementen.
5 “subwinden” ondersteunen de zintuigen.
“Wijsheidswinden” door centrale kanaal (bewustzijn berijdt een wind: vogel).

SAMADHI

Letterlijk: “vestigen, stevig maken”; ook vertaald als “concentratie”.
Eenheid, vereniging van subject en object.
Gevestigd zijn in oefening, staat van natuurlijk gemak, zonder “uitvloeiingen” (asrava).
In het verlengde van dhyana.

• SAMAPATTI

Letterlijk: “verworvenheden”.
Verwijst naar de 4 dhyana-stadia.

• SAMATHA

Rust, sereniteit, onverstoorbaarheid; synoniem voor samadhi.

SAMSARA

Letterlijk: reizend; “voortdurende stroom”.
Gerepresenteerd in levenswiel (bhava-chakra).
Yama, god der onderwereld die het rad in zijn greep heeft, symboliseert de dood; zes segmenten zijn de 6 bestaansvormen; drie oorzaken (3 vergiften) in het midden; op de rand staan de 12 ketens uitgebeeld.

SAMSKARA

Impulsen, neigingen, karmische bindingen; lett.: “samen-makers”.
2e van de 12 ketens en 4e skandha.

SANGHA

Gemeenschap van Weg-bewandelaars.

SHASTRA

Systematishce interpretatie van en commentaren op soetrateksten; sterk didactisch getint.

SHIKANTAZA [Chin.: zhigan dazuo]

Letterlijk: “Enkel zitten, alleen maar zitten”.
Het beoefenen van zazen als expressie van de boeddha-natuur, zonder idee van doel of iets bereiken:
“Verlichting is oefening, oefening is verlichting” (Huineng; Dogen).
Belangrijkste – maar niet exclusieve – oefenvorm binnen de Soto school.

SHILA (10)

[regels, discipline, voorschriften, moreel gedrag]
Zie ook “paramita” en “oefening, drievoudige -“.

1. geen doodslag
2. geen diefstal
3. geen onzedelijkheid
4. geen leugen
5. geen verslaving
6. geen maaltijd na middag
7. geen vermaak (muziek, dans, etc.)
8. geen opsmuk (parfum, sieraden)
9. geen bedstee
10. geen contact met geld of kostbaarheden

• SHILA, BODHISATTVA- (10) [bodhisattva-regels; innerlijke discipline]

1. geen doodslag
2. geen diefstal
3. geen onzedelijkheid
4. geen leugen
5. geen verslaving
6. geen roddel
7. geen grootspraak
8. geen afgunst
9. geen wrok
10. geen loochening van de 3 juwelen

SHUNYATA [“leegte, ruimte”]

Shunya = leeg, van de wortel “zwellen”, dus: gezwollen. Zonder eigen-aard (svabhava).
Al het samengestelde (samskrita) is vergankelijk (anitya), zelveloos (anatman) en aan lijden (duhkha) onderhevig.
Zie ook 3 merktekens (trilakshana).

SKANDHA (5) [groepen, verzameling, bestanddelen]

Onder andere genoemd in de Tien Stadia Soetra.
Zij creëren en/of bestendigen de ego-illusie.
Van buiten naar binnen:

1. rupa skandha – elementen, stoffelijkheid, zintuiglijkheid, vorm
2. vedana skandha – gevoel, sensatie
3. samjna skandha – waarneming, perceptie, denken
4. samskara skandha – mentale impulsen, wens, onderscheid
5. vijnana skandha – besef, bewustzijn via de zes zintuigen

SOETRA: zie “Tripitaka

STATEN (4) [brahma-vihara]

Letterlijk: goddelijke staten.

1. maitri – onmetelijke vriendelijkheid
2. karuna – onmetelijk mededogen
3. mudita – onmetelijke vreugde
4. upeksha – onmetelijke gemoedsrust

TATHAGATA

Letterlijk: “de zodanig gegane”; vergelijk een andere aanspreektitel: Sugata: “de goed gegane”.
Synoniemen voor de Boeddha.

TIANTAI [Jap.: Tendai]

Letterlijk: “het hemels platform”.
Boeddhistische school die Nagarjuna als haar grondlegger beschouwt, en die definitief vorm vond via Chih-I (538-597).
Haar onderricht is gebaseerd op de Lotus soetra – de school wordt dan ook wel de Lotus school genoemd (net als de Zuiver Land school, trouwens).
In de 8e eeuw naar Japan gebracht door Saichô, en zijn leerling Ennin – dezelfde die ook het Zuiver Land onderricht naar Japan bracht.
Vier belangrijkste oefenvormen: studie van de Lotus soetra, beoefening van de Mahayana-voorschriften, esoterische rituelen (mudra, mantra, mandala), en meditatie (chi-kuan).
Tiantai beschouwt alle Boeddhistische scholen als legitieme erfgenamen van Boeddha. Om alle richtingen een plaats te geven, verdeelt Tiantai Boeddha’s onderricht in 5 fasen, waarin het onderricht telkens een ander accent heeft.

TOEVLUCHTEN (3) [trisharana]

Letterlijk: “drievoudige toevlucht”.
Ook “juwelen” genoemd (kostbaarheden).

1. Boeddha, als leraar
2. Dharma, als “medicijn”
3. Sangha, als gezelschap

Geformuleerd als:

1. Ik neem mijn toevlucht tot de Boeddha
2. Ik neem mijn toevlucht tot de Dharma
3. Ik neem mijn toevlucht tot de Sangha

TRIPITAKA (3)

Letterlijk: “3 manden” – van de leer, de Dharma.
1. vinaya – pitaka [lett. discipline]; voorschriften, regels, e.d.; 3 delen:

1. monniken
2. nonnen
3. diversen

2. soetra – pitaka [lett. draad] – onderricht; 5 “verzamelingen” (nikaya; agama):

1. digha-nikaya [lange verzameling]
2. majjhima-nikaya [middelste -]
3. samyutta-nikaya [verenigde -]
4. anguttara [trapsgewijze -]
5. khuddaka [korte -]; o.a. Dhammapada

3. abhidharma – pitaka [lett. speciale leer]; psychologie en filosofie.

TRIKAYA (drie lichamen): zie “3 lichamen

TRISHARANA (drie toevluchten): zie “3 toevluchten

VERGIFTEN (3) [akushala]

Materiaal waarmee de “dieven” (6 zintuigen) door de zintuigpoorten op roof gaan.
Oorzaak van dwalen door 6 bestaansvormen, van lijden dus; te transformeren in de 3-voudige oefening.

1. hebzucht (lobha): lost op in grootmoedigheid (dana) – symbool: haan.
2. woede (dvesha): lost op in vriendelijkheid (maitri) – symbool: slang.
3. onbegrip (moha): lost op in inzicht (vipashyana) – symbool: varken.

VERLANGENS (5)

1. slaap
2. voedsel
3. zingenot
4. rijkdom
5. roem

VERLICHTING [bodhi, lett. “ontwaakt”]

Eenheid van nirvana en samsara; inzicht in shunyata; begrip van tathata (“zodanigheid“).
“Bodhi is gelijk aan oefening.” (Asanga, in Wisdom 82)

• VERLICHTINGSASPECTEN (37) [bodhipakshika-dharma]

1. de 4 grondslagen van waakzaamheid [satipatthana]

  1. lichaam
  2. gevoel (vedana)
  3. geest (chitta)
  4. bewustzijn

2. de 4 volmaakte inspanningen [samyak-prahanani]

  1. beheersen
  2. overwinnen
  3. ontwikkelen
  4. onderhouden

3. de 4 wegen naar vermogen [riddhipada]

  1. concentratie van intentie
  2. concentratie van wilskracht
  3. concentratie van geest (chitta)
  4. concentratie van moed/onderzoek

4. de 5 mentale wortels [indriya]

  1. van vertrouwen
  2. van toewijding
  3. van aandacht
  4. van concentratie
  5. van wijsheid

5. de 5 krachten [bala]

  1. vertrouwen
  2. toewijding
  3. aandacht
  4. concentratie
  5. wijsheid

6. de 7 factoren van verlichting [bodhyanga]

  1. aandacht [smriti]
  2. onderscheid tussen goed en kwaad
  3. energie [virya]
  4. vreugdevolle visie [priti]
  5. overwinnen van passies [klesha]
  6. gemoedsrust [upeksha]
  7. onpartijdigheid

7. het achtvoudig pad [ashtangika marga]

VERMOGENS (10) [dashabala]

1. kennis omtrent wat mogelijk is of niet in elke situatie
2. kennis omtrent het rijpen (vipaka) van daden
3. kennis omtrent goede en slechte eigenschappen van anderen
4. kennis omtrent neigingen van anderen
5. kennis omtrent de vele bestanddelen van de wereld
6. kennis omtrent wegen tot de diverse bestaansvormen
7. kennis omtrent het ontstaan van reinheid en onreinheid
8. kennis omtrent bezinning, samadhi, bevrijdingen en dhyana
9. kennis omtrent dood en wedergeboorte
10. kennis omtrent het uitwissen van alle bezoedeling

VIMOKSHA: zie “Bevrijdingen

VINAYA: zie “Tripitaka

VIPASHYANA: inzicht, helder gewaarzijn

Inzicht dat de ware aard van wereldlijk bestaan “leegte” is.
Dit inzicht voorkomt het ontstaan van nieuwe hechting.
Vipashyana is een van de twee fundamentele factoren voor verlichting; de andere is shamatha (kalmeren van de geest).

VISIES, VERKEERDE – (7) [drishti]

1. geloof in een ego
2. verwerpen van karma-leer
3. eeuwigheidsgeloof
4. nihilisme
5. verkeerde regels volgen
6. karma uit slechte daden goedkeuren
7. twijfelen aan waarheden

WAARHEDEN (4) [arya-satya; de 4 edele waarheden]

1. duhkha – lijden
2. samudaya – oorsprong: trishna (dorst, behoefte), 8e keten
3. nirodha – oplossing
4. marga (ashtangika) – pad (achtvoudig)

Bodhidharma omschrijft ze als “de vier allesomvattende oefeningen”, houdingen of manieren van omgaan met 4 waarheden:

  1. ONRECHT AFLOSSEN
    Gedurende vele levens heb ik het wezenlijke verwaarloosd en uiterlijkheden nagejaagd. Dat heeft allerlei onrecht en negatieve gevolgen veroorzaakt. Al doe ik dat nu niet meer, voor de gevolgen stel ik me verantwoordelijk; dit lijden is niet afkomstig van goden of medemensen. Denk aan de soetra: “Wie lijden ontmoet, maakt zich niet druk. Het maakt je immers bewust van de grondoorzaak.”
  2. DE STROOM VOLGEN
    Levende wezens bezitten geen zelf; zij veranderen via karmische condities (omstandigheden). Plezier of pijn – als de karmische oorzaak is vereffend, komt het ten einde. Winst en verlies zijn karmisch bepaald, maar Bewustzijn wordt niet meer of minder. Als de wind van voorkeur gaat liggen, heerst er harmonie.
  3. NIETS ZOEKEN
    Stervelingen zijn altijd op zoek, hechten zich. Maar de wijzen zijn waakzaam, weten wat werkelijk is. Vanuit de innerlijke waarheid opereren zij in alle omstandigheden. De geest vindt vrede in Leegte, er is niets te wensen. Alles wat lichaam heeft moet lijden. Wie dit doorziet houdt op met zoeken. De soetra zegt: “Waar zoeken stopt, begint gelukzaligheid.”
  4. DE WEG BEOEFENEN
    De Weg is het Onderricht van de Werkelijkheid (Dharma): de innerlijke waarheid dat elke wezenlijke aard zuiver is. Deze waarheid maakt de veelheid van verschijningsvormen leeg. De soetra zegt: “In de Dharma zijn er geen bestaansvormen, want de Dharma is niet besmet door bestaan, en de Dharma kent geen zelf, want de Dharma is niet besmet door een zelf.” Wie deze innerlijke waarheid begrijpt, beoefent vanzelf de Weg. Het werkelijkheidslichaam benijdt het stoffelijke lichaam niet. Daarom zijn de wijzen hartelijk en vrijgevig. Zij kennen de drievoudige leegte van gever, ontvanger en geschenk. En op basis van deze leegte beoefenen zij alle andere deugden (paramita) van de Weg.

Vergelijk ook de 4 geloften.

WERELDEN (3) [tri-loka; ook 3 “rijken”]

Drie sferen waaruit samsara is opgebouwd en waarbinnen kringloop van geboorte en dood in de 6 bestaansvormen plaatsvindt.
Buiten deze drie is er ook de “dharma-dhatu”, het werkelijkheidsdomein.

1. kama-dhatu (verlangen)
Verblijfplaats van 6 laagste hemelbewoners, en van mensen, dieren, demonen, hongerige geesten en hellewezens.
2. rupa-dhatu (subtiele vormen, gedaante).
Verblijfplaats van 17 typen hemelbewoners (goden).
3. arupa-dhatu (vormloos).
Verblijfplaats van 4 soorten deva.

WETTEN (3)

1. 4 waarheden
2. 12 ketens
3. 6 paramita’s

WIEL [chakra]

  • dharma-chakra (waarheidswiel; 8 spaken symboliseren 8-voudig pad)
  • bhava-chakra (rad des levens; zie samsara)
  • prana-centra: de energiecentra in het lichaam (7)

YOGACARA

Lett.: “Toepassing van yoga [= eenwording]”; ook wel genoemd Vijnanavada, “De school die bewustzijn onderricht”.
Samen met de Madhyamika school van Nagarjuna, de belangrijkste school binnen Indisch Mahayana boeddhisme, gegegrondvest door Maitreyanatha (± 400) en zijn leerling Asanga (samen met diens broer, de Zen-patriarch Vasubandhu).
De Yogacara school is een belangrijke historische pijler voor de ontwikkeling van Zen.
Centrale notie van Yogacara: alle mogelijke ervaring is “enkel bewustzijn” – onze ware aard is “zodanigheid“, leegte.
Waarnemingen zijn geen objecten, maar kennisprocessen (samenhangend met het alaya-bewustzijn, voorraadbewustzijn – zie “bewustzijn“).
Daarnaast vond ook de leer van de “trikaya” (3 lichamen) definitief vorm via de Yogacara school.

ZAZEN

Japans, letterlijk: “zitten in Zen”.
Zen meditatie.

ZEKERHEDEN (4) [vaisharadya]

Kenmerkt een boeddha.

1. verlichting is onomkeerbaar
2. einde aan alle woekering (asrava; lett.: uitstroom, afscheiding; ook: kanker)
3. alle hindernissen overwonnen
4. bekendmaking van de weg die samsara achterlaat

ZELF (2)

1. boeddha – leven op basis van gelofte: zuiver / gewaar zijn
2. sterveling – leven op basis van karma: onzuiver / gehecht zijn

ZINTUIGEN (6) [shadayatana]

Ook “bekoringen” genoemd. Eerste zes vormen van bewustzijn. 5e “keten“. Te transformeren tot 6 paramita.

1. oog
2. oor
3. neus
4. tong
5. lijf
6. brein

ZODANIGHEID [tathatata]

Letterlijk: “de ware aard van het zodanige”; vgl.: “Dharma-ta”.
Synoniem voor “shunyata”, leegte.
“Suchness never moves” (Conze: Wisdom p. 92).

ZUIVER LAND [Chin: Ching-t’u; Jap.: Jôdô]

Het Zuiver Land boeddhisme werd als school gesticht door Hui-yuan in 402, door middel van het Witte Lotus Genootschap (vandaar soms verwarrenderwijs de Lotus school genoemd – net als de Tiantai school).
Naar Japan gebracht door Ennin (793-864) – die ook het Tiantai onderricht bracht – en daar tot bloei gekomen door Hônen (1133-1212).
De school wordt gekenmerkt door een eenvoudig, diep vertrouwen in de boeddha Amitabha (Jap.: Amida).
Amitabha is heerser over het westelijk paradijs Sukhavati, een bewustzijnsstaat die “het Zuiver Land” wordt genoemd.


◄║►

Literatuurlijst

NASLAGWERK: Buswell, Robert & Lopez, Donald: The Princeton Dictionary of Buddhism. Princeton 2014. Aanbevolen bron met uiterst gedegen en gedetailleerde info over personen, geschriften en begrippen.

HANDBOEK: Fischer-Schreiber, Ingrid e.a.: The Encyclopedia of Eastern Philosophy and Religion. Boston 1994. Nederlandse (gedeeltelijke!) vertaling: Fischer-Schreiber, I. e.a.: Lexicon Boeddhisme. Rotterdam 2008

HISTORISCH OVERZICHT: Robinson, Richard H.: Buddhist Religions, a historical introduction, fifth edition. Belmont 2004. Diepgaand en levendig overzicht van de ontwikkeling van het boeddhisme.


Algemeen

• Breet, Jan de & Janssen, Rob: Aldus sprak de Boeddha. Rotterdam 2007

• Byrom, Thomas: De Dhammapada. Heemstede 1994

• Kapleau, Philip: De drie pijlers van Zen. Deventer 1980

• Kohn, Sherab Chödzin: The Awakened One; a life of the Buddha. Boston 1994

• Sogyal Rinpoche: Het Tibetaanse boek van leven en sterven. Cothen 1994.

• Tydeman, Nico: Zitten, de praktijk van Zen. Amsterdam 1998 (4e)


Inspiratie

• Barks, C. & Green, M.: The Illuminated Rumi. New York 1997

• Chadwick, D.: Crooked Cucumber; the Life and Zen Teaching of Shunryu Suzuki. New York 1999

• Chang, Garma C.C.: The hundred thousand songs of Milarepa. Boston 1999

• Dzongsar Khyentse Rinpoche: The mind-training of parting from the four
attachments. Siddharta’s intent 2012

• Gregory, P.: Traditions of meditation in Chinese Buddhism. Honolulu 1986

• Harada, Shodo: Moon by the window. Boston 2011

• Josjikawa, Eiji: Moesasji. Amsterdam, 1986

• Kloppenborg, R.: Theratherigatha – Verzen van monniken en nonnen. Nieuwerkerk 1997

• Kornfield, J.: Living Dharma; teachings of twelve buddhist masters. Boston 1996

• Loori, J. D.: Mountain Record of Zen Talks. Boston 1988

• Lu K’uan Yu: Ch’an and Zen teaching (Series I, II, III). London 1960/1961/1962

• Maezumi, H. T. & Glassman, B.: On Zen practice (Vol. I, II, III). Los Angeles 1976/1977/1978

• McDaniel, Richard Bryan: Zen Masters Of China; The First Step East. Clarendon 2012

• McDaniel, Richard Bryan: Zen Masters of Japan; The Second Step East. Clarendon 2014

• McDaniel, Richard Bryan: Third Step East; Zen Masters of America. Nepean 2015

• McDaniel, Richard Bryan: Cypress Trees in the Garden; The Second Generation of Zen Teaching in America. Nepean 2015

• Maitreyanatha/Aryasanga (Thurman): The Universal Vehicle Discourse Literature Mahayanasutralamkara). New York 2004

• Masunaga, R: A primer of Soto Zen; translation of Dogen’s Shobogenzo Zuimonki. London 1972

• Morinaga, Soko: Van leerling tot meester. Amsterdam 2006

• Muso Kokushi: Droomgesprekken over wakker worden. Heemstede 1995

• Nisargadatta, S.: Ik Ben. Deventer 1987 (2e)

• Nyanatiloka: Buddhist Dictionary. Kandy 1980

• Osborne, A.: The collected works of Ramana Maharshi. Tiruvannamalai 1979

• Reynolds, J. M.: Self-Liberation Through Seeing With Naked Awareness. Barrytown NY 1989

• Robinson, James B.: Buddha’s Lions; the lives of the 84 Siddhas. Berkeley 1979

• Saraswathi, S.: Talks with Sri Ramana Maharshi. Tiruvannamalai 1994

• Schumann, H.W.: The historical Buddha. London 1989

• Shabkar Lama: De vlucht van de Garoeda. Amsterdam 1994

• Stevens, John: Invincable warrior. Boston 1999

• Stryk, L. & Ikemoto, T.: The Penguin Book of Zen Poetry. Harmondsworth 1982

• Suzuki, D.T.: Manual of Zen Buddhism. Grove Press 1960

• Tanahashi, K.; Schneider, D. (red.): Zen Cirkels. Amsterdam 1995

• Ueshiba, Morihei: The secret teachings of Aikido. Tokyo 2007

• Ueshiba, Morihei: The heart of of Aikido. Tokyo 2010

• Venkatesananda, S.: Vasishta’s Yoga. Albany 1993


Soetra

• Asanga: The Bodhisattva Path to Unsurpassed Enlightenment; A Complete Translation of the Bodhisattvabhumi. Boston 2016

• Asanga (Karl Brunnhölzl): A Compendium of the Mahayana; Asanga’s Mahayanasamgraha and Its Indian and Tibetan Commentaries (3 vols). Ithaca 2018

• Bays, Gwendolyn: The Voice of the Buddha (Lalitavishtara sutra) vol. I & II. Berkeley 1983

• Breet, J. de & Janssen, R.: De verzameling van korte teksten (2 delen). Rotterdam 2002 en 2007

• Breet, J. de & Janssen, R.: De verzameling van middellange leerredes (3 delen). Rotterdam 2004 en 2005

• Breet, J. de & Janssen, R.: De verzameling van lange leerredes. R’dam 2001

• Buddhaghosa (vert. Bikkhu Nanamoli): The path of purifi cation; Visuddhamagga. Onalaska 1991

• Buswell, Robert E. Jr: Vajrasamadhi Sutra: Wonhyo’s Exposition. New York 2000

• Chang, Garma: A Treasury of Mahayana Sutra; selections from the Maharatnakuta Sutra. Dehli 1991

• Cleary, T.: The Flower Ornament Scripture. Boston 1993

• Conze, E.: Buddhist wisdom books; the diamond and the heart sutra. London 1988

• Conze, Edward: The perfection of wisdom in eight thousand lines. Delhi 1973

• Conze, E.: The large sutra on perfect wisdom. Dehli 1979

• Fa-tsang: Commentary on the Awakening of Faith (An English Translation by Dirck Vorenkamp). New York 2004

• Hakeda, Yoshito S.: The Awakening of Faith. New York 2005

• Hopkins, Jeffrey: Meditation on Emptiness (A Wisdom Advanced Book). London 1983

• Hsing Yun: Describing the Undescribable; a commentary on the Diamond Sutra. Boston 2001

• Kornfield, Jack: De leringen van Boeddha. Haarlem 2000

• Kato, B. e.a.: The Threefold Lotus Sutra. New York 1975

• Lamotte, Etienne (tr. Sara Boin): Suramgamasamadhisutra. Delhi 2003

• Lamotte, Etienne (tr. Sara Boin): The Teaching of Vimalakirti. Pali Text Society, 1976

• Maitreya, Asanga, Khenpo Shenga, Ju Mipham: Ornament of the Great Vehicle Sutras – Mahayanasutralamkara with Commentaries by Khenpo Shenga and Ju Mipha. Boston 2014

• Muller, Charles A.: The Sutra of Perfect Enlightenment; Korean Buddhism’s Guide to Meditation. Albany 1999

• Pine, Red (vert.): The Diamond Sutra; the perfection of wisdom. Washington 2001

• Pine, Red: The Heart Sutra; the womb of buddhas. Emeryville 2004

• Pine, Red: The Platform Sutra; the Zen teaching of Hui-neng. Emeryville 2006

• Pine, Red: The Lankavatara sutra; translation and commentary. Berkeley 2012

• Shen-yen: Complete Enlightenment. Elmhurst NY 1997 (Ned. vertaling: Ashoka)

• Suzuki, D.T.: The Lankavatara Sutra; a Mahayana text. Boulder 1978

• Thurman, Robert: The holy teaching of Vimalakirti. New York 1990 (7e)

• Waddell, Norman: Zen words for the heart; Hakuin’s commentary on the Heart sutra. Boston 1996


Koans

• Aitken, Robert: The gateless barrier; the Wu-mon Kuan. New York 1995

• Cleary, Thomas: Book of Serenity. Hudson NY 1990

• Cleary, Thomas & J.C.: The blue cliff record. Boston 1992

• Shibayama, Zenkei: The gateless barrier. Boston 2000

• Yamada, Koun: Gateless Gate. Tucson 1979 (ned. vert.: De Poortloze Poort)

• Loori, John Daido: The true Dharma eye; Zen master Dogen’s 300 koans. Boston 2005

• Wick, Gerry Shishin: Book of Equanimity. Boston 2005


Leraren

• App, Urs: Master Yunmen; from the Record of the Chan Master “Gate of the Clouds”. New York 1994

• Blofeld, John Zen Teaching of Instantaneous Awakening; being the teaching of the Zen Master Hui Hai Devon 2015

• Bodhidharma (Red Pine, ed.): De oorsprong van Zen. Amsterdam 1993

• Broughton, Jeffrey L.: Zongmi on Chan. New York 2009

• Buswell, Robert: Tracing Back the Radiance; Chinul’s Korean Way of Zen. Honolulu 1992

• Cleary, Thomas: Aandachtige geest; basis van meditatie. Deventer 2000

• Cleary, Thomas: Sayings and doings of Pai-Chang, Ch’an Master of Great Wisdom. Los Angeles 1978

• Cleary, Thomas: Timeless spring; a Soto Zen anthology. Tokyo 1980

• Cleary, Thomas: Transmission of Light (Denkoroku); Zen in the art of enlightenment by Zen Master Keizan. San Francisco 1990

• Cleary, J.C.: Zen dawn; early Zen texts from Tun Huang. Boston 1986

• Cleary, J.C.: Swampland Flowers; The Letters and Lectures of Zen Master Ta Hui. Boston 2006

• Cleary, J.C. & Cleary, T.: Zen letters; Teachings of Yuanwu. Boston 1994

• Cleary, T.: Shobogenzo; Zen Essays by Dogen. Honolulu 1986

• Green, James: The recorded sayings of Zen Master Joshu. Boston 1998

• Gregory, Peter N.: Tsung-mi and the sinifi cation of Buddhism. Honolulu 2002

• Harada, Shodo: The path to Bodhidharma; the teachings of Shodo Harada Roshi. Boston 2000

• Hua, Tripitaka Master: The Sixth Patriarch’s Dharma Jewel Platform Sutra. San Francisco 1977

• Huangpo (John Blofeld, tr.): In eenheid zijn. Heemstede 1996 (vertaling van Blofeld, J.: The Zen teaching of Huang Po)

• Kohn, Sherab: De boeddha; het verhaal van zijn leven. Cothen 1993

• Leighton, T.D.: Vruchtbare Leegte; De stille verlichting van Zen meester Hongzhi. Haarem 2002

• Lobsang P. Lhalungpa: Het leven van Milarepa. Amsterdam 1994

• Ma-tsu (B. Lievens, vert.): De gesprekken. Bussum 1981

• Meester Eckhart: Over God wil ik zwijgen; preken en traktaten. Groningen 2014

• Powell, William F.: The record of Tung-shan. Honolulu 1986

• Natarayan, A.R.: A practical guide to know yourself; conversations with Sri Ramana Maharshi. Bangalore 1996 (5e)

• Ramakrishna: Gesprekken, opgetekend door M. Den Haag 1987

• Sasaki, Ruth Fuller: The record of Linji. Honolulu 2009

• Schloegel, Irmgard: Zen leer van Rinzai. Katwijk 1979

• Sheng Yen: Attaining the Way; a guide to the practice of Chan Buddhism. Boston 2006

• Suzuki, Shunryu: Branching Streams Flow in the Darkness. Berkeley 1999

• Suzuki, Shunryu: Zen Mind, Beginner’s Mind. New York 1970 (vertaald als: Zen-begin. Uitgeverij Ankh-Hermes)

• Suzuki, Shunryu: Niets is zo; de kern van Zen. Deventer 2002

• Tanahashi, Kazuaki (ed.): Treasury of the true Dharma eye; Zen master Dogen’s Shobo Genzo. Boston 2010

• Tanahashi, K.: Moon in a Dewdrop. Writings of Zen Master Dogen. Berkeley 1985

• Tanahashi, K. (ed.): Enlightenment Unfolds; the essential teachings of Zen Master Dogen. Boston 1999

• Waddell, N.: The Unborn; the life and teaching of Zen Master Bankei. San Francisco 1984

• Waddell, Norman: Beating the cloth drum; The letters of Zen master Hakuin. Boston 2012

• Waddell, Norman: Hakuin’s precious mirror cave. Berkeley 2009

• Waddell, Norman: Complete Poison Blossoms from a Thicket of Thorn: The Zen Records of Hakuin Ekaku. Berkeley 2017

• Waddell, Norman: The Essential Teachings of Zen Master Hakuin. Boston 2010

• Yampolski, P.B.: The Platform Sutra of the Sixth Patriarch. New York 1967


Hulp

• Conze, Edward: Het Boeddhisme. Utrecht 1970

• Conze, Edward e.a.: Buddhist texts through the ages. Boston 1990

• Dumoulin, Heinrich: Zen Buddhism: a history; vol. I & II. New York 1988, 1990

• Ferguson, Andy: Zen’s Chinese heritage. Boston 2000

• Foster, N. & Shoemaker, J.: The roaring stream; a new Zen reader. Hopewell 1996

• Gregory, Peter N.: Inquiry into the origin of humanity. Honolulu 1995

• Lamotte, Etienne: History of Indian Buddhism. Leuven 1988

• Schumann, Hans Wolfgang: Boeddhisme; Stichter, scholen en systeme. Nieuwekerk a/d IJssel 1996

• Schumann, Hans Wolfgang: De historische Boeddha. Nieuwekerk 1998

• Walpola Rahula: Wat de Boeddha onderwees. Amsterdam 1990


◄║►

Aanraders studie

(voor complete lijst van beschikbare boeken, zie Bieb.pdf)

HANDBOEKEN (NASLAGWERKEN)

Buswell, Robert & Lopez, Donald: Princeton Dictionary of Buddhism, Princeton 2014. Een uiterst gedegen en gedetailleerd bron van informatie over personen, geschriften en begrippen.

Fischer-Schreiber, Ingrid e.a.: The Encyclopedia of Eastern Philosophy and Religion. Boston 1994. De Nederlandse vertaling (Fischer-Schreiber, I. e.a.: Lexicon Boeddhisme. Rotterdam 2008) is een tot het boeddhisme beperkte selectie van het engelstalig origineel.

Robinson, Richard H.: Buddhist Religions, a historical introduction, fifth edition. Belmont 2004: een diepgaand en levendig overzicht van de ontwikkeling van het boeddhisme.

Breet, Jan de & Janssen, Rob: Aldus sprak de Boeddha. Rotterdam 2007. Levendig en compleet basismateriaal; daarnaast worden alle delen van hun vertaalproject van de Pali-teksten (uitgeverij Asoka) van harte aanbevolen.


INSPIRATIE

Thomas Byrom: De Dhammapada (vert. George Hulskramer).
Heemstede 1994

byrom dhammapada

Krachtig vertaalde, wezenlijke weergave van universele wijsheid – praktisch voelbaar gemaakt en voor ieder toegankelijk.
Andere inspirerende versies van de Dhammapada zijn de vertalingen van Gil Fronsdal (The Dhammapada. Boston 2005) en Eknath Easwaran The Dhammapada (Nilgiri Press 1993)


Huang Po: In Eenheid Zijn; Scholing in Zen-bewustzijn.
Heemstede 1996

eenheid.jpg

De Zen geest tot leven gebracht in onvoorwaardelijke termen – met uitstekende algemene inleiding in spiritualiteit door John Blofeld. Helaas niet meer in nederlands verkrijgbaar, wel in pdf: huangpo.pdf (389 kb), of anders engelstalig: The Zen Teaching of Huang Po; On the Transmission of Mind.


Taigen Leighton: Vruchtbare Leegte; de stille verlichting van zenmeester Hongzhi.
Bloemendaal 2002

leegte.jpg

Prachtige verwoording van diep inzicht en transcendente beleving – Zen onderricht en poëzie ineen. Niet meer in boekhandel leverbaar, wel in pdf: hongzhi.pdf (971 kb). Tevens nog enkele exemplaren in voorraad bij Stiltij. Engelse titel: Cultivating the Empty Field; The Silent Illumination of Zen Master Hongzhi


Cyril Scott: De Ingewijde; schets van een grootmoedige ziel.
Oudendijk 1994

ingewijd.jpg

Uitstekende inleiding, ondanks de esoterische omgeving, voor het ontdekken van spiritualiteit binnen wereldse omstandigheden. Veel humor, diepgang en liefde. Niet meer in boekhandel leverbaar, wel in pdf: ingewijde.pdf (893 kb). Tevens nog enkele exemplaren in voorraad bij Stiltij.


KLASSIEKERS

Soetras

• Lamotte E. (tr. Sara Boin): Shurangamasamadhisutra. Delhi, 2003

• Lamotte E. (tr. Sara Boin): The Teaching of Vimalakīrti. Pali Text Society, 1976.

• Edward Conze: expert inzake de Prajnaparamita soetra’s.
Zie onder andere:

– Buddhist wisdom books; the diamond and the heart sutra. London 1988
– The short Prajnaparamita Texts. London 1973
– The perfection of wisdom in eight thousand lines & its verse summary. Bolinas 1973
– The large sutra on perfect wisdom. Berkeley 1975.

• Chang, Garma C. C.: A Treasury of Mahayana Sutras; selections from the Maharatnakuta Sutra. Dehli 1991.

• Keenan, John P.: The scripture on the explication of underlying meaning (Samdhinirmochana sutra). Berkeley 2000; deze soetra is ook vertaald door Thomas Cleary, onder de titel Buddhist yoga.

• Red Pine: The Heart Sutra; the womb of buddhas. Emeryville 2004; Pine, Red: The Diamond Sutra; the perfection of wisdom. Washington 2001; Pine, Red: The Lankavatara sutra; translation and commentary. Berkeley 2012.

• Sheng-yen: Volmaakte verlichting. Nieuwerkerk a/d IJssel 1999 (Complete enlightenment; translation and commentary on The sutra of Complete Enlightenment. Elmhurst 1997). Een minstens zo lezenswaardige vertaling van deze zelfde soetra is van de hand van Charles A. Muller: The Sutra of Perfect Enlightenment; Korean Buddhism’s Guide to Meditation. Albany 1999.

• Awakening of Faith: Hakeda, Yoshito S.: The Awakening of Faith. New York 2005. Basisboek voor bodhisattva’s, al hoort het niet formeel tot de soetra’s (maar dat geldt voor meerdere apocriefe geschriften). Mooie ondersteuning voor dit werk leveren twee boeken van Peter N. Gregory: Inquiry into the origin of humanity. Honolulu 1995, en Tsung-mi and the sinification of Buddhism. Honolulu 2002.
Nederlandse vertaling: “Een betrouwbaar pad”: https://info.stiltij.nl/publiek/vertaal/Een-betrouwbaar-pad.pdf

Zen-onderricht

• Alles van en over Shunryu Suzuki: Zen begin (Zen-mind, beginner’s mind); Niets is zo; zijn biografie (Kromme komkommer), etc. Meer info: San Francisco Zen Center

Voor een algemeen overzicht (vergelijkbaar met De grote kwestie): Nelson Foster and Jack Shoemaker: The roaring stream; a new Zen reader. Hopewell 1996.
Zie tevens de vier onder Historie vermelde boeken van Richard Bryan McDaniel.

• Kostbaar materiaal leveren een tiental in de engelse taal beschikbare yulu (Japans: roku), verzamelde onderrichtingen (waartoe ook die van Huangpo en Hongzhi behoren): van Huineng, Mazu (nederlandstalig), Tahui, Bodhidharma (nederlandstalig), Zhouzhou, Yuanwu, Dongshan, Hui-hai en Yunmen.
Bijvoorbeeld:

– App, Urs: Master Yunmen; from the record of the Chan Teacher “Gate of the Clouds”. New York 1994
– Blofeld, John: Zen teaching of instantaneous awakening; being the teaching of the Zen Master Hui Hai. Devon 2015
– Bodhidharma (vert. Red Pine): De oorsprong van Zen. Amsterdam 1993
– Cleary, J. C.: Swampland Flowers; The Letters and Lectures of Zen Master Ta Hui. Boston 2006
– Cleary, J. C. & Cleary, T.: Zen letters; teachings of Yuanwu. Boston 1994
– Green, James: The recorded sayings of Zen master Joshu. Boston 1998
– Ma-tsu: De gesprekken. Bussum 1981
– Powell, William F.: The record of Tung-shan. Honolulu 1986

Ook Dogen’s Shobogenzo zou je kunnen rekenen tot de yulu; bovendien zijn er de mooie vertalingen van Hakuin’s onderricht door Norman Waddell. Zie literatuurlijst.

Zen-praktijk

Sheng Yen: Attaining the Way; a guide to the practice of Chan Buddhism. Boston 2006

Tevens de boeken over Zen van Joko Beck, Daido Loori, Philip Kapleau (m.n. De drie pijlers van Zen), Robert Aitken, Francis Cook.

• Concrete en uitvoerige details in het algemeen over meditatie:  Buddhaghosa (vert. Bikkhu Nanamoli): The path of purification; Visuddhamagga. Onalaska 1991.

Historie

• Heinrich Dumoulin: Zen buddhism, a history (2 delen)

• Hans Wolfgang Schumann: De historische boeddha en Boeddhisme.

Inspirerende biografie van Boeddha is Sherab Chodzin Kohn: De boeddha; het verhaal van zijn leven. Cothen 1993.

Vier heel leesbare boeken van Richard Bryan McDaniel die het verhaal van de zentraditie in beeld brengen:

– Zen Masters Of China; The First Step East. Clarendon 2012
– Zen Masters of Japan; The Second Step East. Clarendon 2014
– Third Step East; Zen Masters of America. Nepean 2015
– Cypress Trees in the Garden; The Second Generation of Zen Teaching in America. Nepean 2015

Meer vertellend van aard is Thich Nhat Hanh: In de voetsporen van Boeddha.

Koans

• The Book of Serenity (Cleary, Thomas: Book of serenity. Hudson 1990)

• The Gateless Barrier (Shibayama, Zenkei: The gateless barrier; Zen comments on the Mumonkan. New York 1974)

• The Blue Cliff record (Cleary, Thomas & Cleary J.C.: The Blue Cliff Record . Boston 1992)

• Daido Loori‘s vertaling van Dogen’s koans (Loori, John Daido: The true Dharma eye; Zen master Dogen’s 300 koans. Boston 2005)

Gerry Wick‘s commentaren (Wick, Gerry Shishin: Book of Equanimity: Illuminating Classic Zen Koans. Boston 2005)

Literatuur uit Hakuin‘s school: alle materiaal van Hakuin zelf (prachtig vertaald door Norman Waddell) en van zijn leerling Torei Enji (The discourse on the inexhaustible lamp of the Zen school. Rutland 1989 – ook vertaald door T. Cleary: The undying lamp of Zen. Boston 2010).

Aikido

Materiaal van John Stevens over Morihei Ueshiba Osensei, de grondlegger van Aikido.
Met name The heart of Aikido, The secrets of Aikido, en Budo, teachings of the founder of Aikido.

Expressie

Ramakrishna: Gesprekken, opgetekend door M. Den Haag 1987

Khenpo Tsultrim Gyamtso: Stars of Wisdom; Analytical Meditation, Songs of Yogic Joy, and Prayers of Aspiration. Boston 2010.

Algemeen

• Klassiek basismateriaal: de prachtige complete vertaling van Boeddha’s leerredes door Jan de Breet en Rob Janssen, uitgegeven bij Asoka in Rotterdam.

Voor integratie van oefenen en dagelijks leven: Nico Tydeman: Zitten, de praktijk van Zen (Amsterdam 1980) & Het temmen van de os (Amsterdam 1991).

Diverse boeken van David Godman over Ramana Maharshi.

Voor devotie en gevoelskant, de werken van Ramakrishna, Papa Ramdas, Rumi, St. Franciscus, Juan de la Cruz, Augustinus.

Prachtige uitgave van predikingen en traktaten van Meister Eckhart: Over God wil ik zwijgen (Historische Uitgeverij)

Enkele parels uit de Tibetaanse traditie, over Milarepa: Lobsang P. Lhalungpa: Het leven van Milarepa. Amsterdam 1994 en Garma C.C. Chang: The hundred thousand songs of Milarepa. Boston 1999

Van Asanga, die ook in de Zen-traditie als een belangrijke leraar wordt beschouwd, zijn de volgende uitgaves aanbevolen:
– Asanga: The Bodhisattva Path to Unsurpassed Enlightenment; A Complete Translation of the Bodhisattvabhumi. Boston 2016
– Maitreya, Asanga, Khenpo Shenga, Ju Mipham: Ornament of the Great Vehicle Sutras – Mahayanasutralamkara with Commentaries by Khenpo Shenga and Ju Mipha. Boston 2014
– Asanga (Karl Brunnhölzl): A Compendium of the Mahayana; Asanga’s Mahayanasamgraha and Its Indian and Tibetan Commentaries (3 vols). Ithaca 2018
– Arya Maitreya, Arya Asanga: Buddha Nature; The Mahayana Uttaratantra Shastra with Commentary. New York 2000
– Maitreya, Asanga: Distinguishing Phenomena from Their Intrinsic Nature; Maitreya’s Dharmadharmatavibhanga with Commentaries by Khenpo Shenga and Ju Mipham. Boston 2013

Voor (relatief) recente Zen-ontwikkelingen in het Westen, zie Rick Fields: How the swans came to the lake. Boston 1992.

Veel leerzaams biedt The Zensite.


◄║►

De leken-bodhisattva


Zen-meester Yuanwu, 1063-1135,
commentator van de beroemde koanverzameling “De Blauwe Rots”

Dit onderwerp [1] is relevant voor iemand die beschikt over heldere vermogens en diepe wijsheid, en die geen moeite heeft om bij het horen van één woord de duizend dingen te begrijpen. Je hebt er een stevige en oprechte intentie voor nodig, en een onwrikbaar vertrouwen.

Op die basis kun je standhouden en zul je je gezag bewaren, en dan kun je allerlei gunstige of ongunstige situaties en steeds wisselende omstandigheden tot één geheel laten versmelten – een samenhangend geheel dat als de lege ruimte is, zonder de geringste belemmering, diepgaand helder, vormloos en stralend, in geen honderden tijdperken of duizend levens veranderend, eensoortig van begin tot eind.
Dit is de enige manier om werkelijk vrede en gemoedsrust te vinden.

Ik ken veel mensen die over een briljant intellect beschikken, maar desondanks hanteren zij hun vermogens op een instabiele manier en hun oefening blijft oppervlakkig. Zij denken dat hun verbale uitingen een blijk zijn van transformatie, want zij nemen aan dat wij als mens op geen enkele manier in staat zijn het wereldlijke te overwinnen. Zo stimuleren zij de doorns van willekeurige beeldvorming, door te pronken met hun verworvenheden en inzichten. Zij maken vaardig gebruik van hun soepele welsprekendheid en denken dat dit de boeddhadharma weerspiegelt. Maar wanneer karmische condities nieuwe situaties laten ontstaan, kunnen zij daar niet in vrijheid mee omgaan, en zo stagneren zij in een voortdurend heen en weer bewegen. Hoe betreurenswaardig!

Dit is waarom de oude meesters uiteenlopende belevingen ondergingen; zij waren niet bang om allerlei vormen van waan en moeite te onderzoeken. Al liepen zij het risico in mootjes gehakt te worden, het maakte hun niets uit; tijdens hun hele oefentraject namen zij de verantwoordelijkheid voor hun eigen geest en maakten die zo solide als ijzer of steen. En wanneer zich het moment aandiende om geboorte-en-dood te doorbreken, dan aarzelden zij geen moment.
Is dat niet kenmerkend voor werkelijk grote mensen, dat hun uitzonderlijke kracht en grootmoedigheid verder gaat dan het emotionele?

Bodhisattva’s die een lekenbestaan leiden en de oefenweg van thuisverlaters tot voorbeeld nemen, zijn te vergelijken met een lotusbloem die bloeit temidden van de vlammen. Het zal altijd moeilijk zijn om ons verlangen naar roem, status en macht te beteugelen; en dan spreken we maar niet over al die ontelbare momenten van pijn en verwarring waartoe het brandend huis van een werelds bestaan [2] zoveel aanleiding geeft. De enige oplossing is dat jijzelf jouw wezenlijk, waarachtig, wonderlijk totaalbestaan verwerkelijkt, en daarmee het punt bereikt waar grote waardigheid en stabiliteit en rust heersen.

Het beste is om alles van je af te werpen, en leeg en eenvoudig te worden. Raak er grondig mee vertrouwd hoe er geen geconditioneerde geest bestaat, en neem waar hoe alle verschijnselen als dromen zijn, als magische illusies. Wees leeg, in alle opzichten, en blijf je geest opschonen naar gelang tijdstip en situatie. Dan zul je beschikken over dezelfde kloppende basis als alle verlichte leken-meesters in de boeddhistische traditie.

Hen die nog niet ontwaakt zijn zul jij dan, conform jouw eigen rijpheid, kunnen helpen zich te bevrijden, zodat je samen de smetteloos transparante oceaan van oorspronkelijk hartsbewustzijn kunt betreden.
Je zult dan niet vergeefs op deze aarde hebben geleefd.


(Onderrichting door Yuanwu.
Bron: Foster, Nelson & Shoemaker, Jack: The roaring stream; a new Zen reader. Hopewell 1996, p. 174/175)

Meer over Yuanwu:
• Cleary, Thomas & Cleary J.C. (vert.): The Blue Cliff Record (Hekigan Roku). Boston 1992
• Cleary, Jonathan C. & Cleary, Thomas: Zen letters; Teachings of Yuanwu. Boston 1994

[1] Zen-beoefening in de wereldse omstandigheden, met andere woorden: leken-bodhisattvaschap.

[2] Een metafoor die al door de Boeddha werd gebruikt; zie bijvoorbeeld de Lotus soetra, of de Dhammapada: “De wereld staat in brand! En u staat te lachen. U verkeert in diepe duisternis. Waarom zoekt u het licht niet?” (Byrom, Thomas: De Dhammapada; de woorden van Boeddha. Heemstede 1994, p. 49)


◄║►

De kracht van vertrouwen

EEN BETROUWBAAR PAD
Wijsheidspraktijk voor bodhisattva’s

(voorheen getiteld: De kracht van vertrouwen;
het grote voertuig van de Boeddha)

> HIER meer info en download<


◄║►

Transcendente kwaliteiten

Maitreya bodhisattva
Maitreya bodhisattva

De zes transcendente basiskwaliteiten
(paramita) van de bodhisattva:

Dana – grootmoedigheid, kenbaar maken
= de moed om enthousiast te zijn

Shila – ontvankelijkheid, leerwens
= de discipline om beschikbaar te zijn

Kshanti – geduld, aanvaarding
= de bescheidenheid om verantwoordelijk te zijn

Virya – inzet, toewijding
= de nuchterheid om verwonderd te zijn

Dhyana – meditatie, voeling
= de diepgang om levendig te zijn

Prajna – transcendentie, wijsheid
= de overgave om krachtig te zijn


◄║►