Yulu 13: Mazu’s truth

A dharma talk by zen master Mazu (709–788).
Here the contents of this fragment:

“All dharmas [all phenomena] are mind dharmas; all names are mind names. The myriad dharmas are all born from the mind; the mind is the root of the myriad dharmas.

The sutra says, ‘It is because of knowing the mind and penetrating the original source that one is called a shramana [monk].’ The names are equal, the meanings are equal: all dharmas are equal. They are all pure without mixing. If one attains to this teaching, then one is always free.

If the dharmadhatu [dharma-sphere] is established, then everything is the dharmadhatu.

For instance, though the reflections of the moon are many, the real moon is only one. Though there are many springs of water, water has only one nature. There are myriad phenomena in the universe, but empty space is only one. There are many principles that are spoken of, but ‘unobstructed wisdom is only one.’

Whatever is established, it all comes from one mind. Whether constructing or sweeping away, all is sublime function; all is oneself. There is no place to stand where one leaves the truth. The very place one stands on is the truth; it is all one’s being.

(Foster, Nelson & Shoemaker, Jack:
The roaring stream; a new Zen reader.
Hopewell 1996, p. 450)

> Dit video-fragment is ook gepubliceerd
in de Yulu-serie op dharmium.nl

HIER alle Youtube-video’s


◄║►

Suzuki roshi

zen leraar Shunryu Suzuki 1904-1971
Zen leraar Shunryu Suzuki, 1904-1971

“When your mind is calm enough, even in your pain,
you will find out many things.”

Bron: suzukiroshi.sfzc.org

» HIER audio-onderricht inclusief teksten (pdf) van Suzuki-roshi uit 1965.


◄║►

Stervelingschap

foto van vastende boeddha

Citaten van diverse leraren over de dood – uit de citatenverzameling Bronkracht:

• Wat werkelijk is leeft uit Zichzelf.
Verwerkelijkte wezens leven daarom in onsterfelijkheid.

• Alleen de wijze die de weg volgt,
is in staat de rivier over te steken
en aan de greep van de dood te ontkomen.

• Als we weigeren ons met de dood bezig te houden, zullen we niet in staat zijn onze levens voluit te leven, en gevangen blijven juist in dat aspect van onszelf dat moet sterven.

• Je leeft in deze wereld als een individu, maar voordat je deze menselijke vorm aanneemt, ben je er al, was je er al.
Wij zijn er altijd. Begrijp je?

• Overschrijd leven en dood, dan zul je kalm en onbedreigd de weg kunnen vinden door elke crisis waarmee je geconfronteerd wordt.

Bron: Bronkracht [pdf, 233 kb], p. 32 e.v.
Foto: lotussculpture


◄║►

Dzongsar rinpoche’s laatste nieuwjaar

So Tibetan ‘Losar’ or Tibetan New Year — I guess this is the last new year.
Having all these Bhutanese New Year, international new year, Chinese New Year, and then I guess this is it! This is the last new year.

It has been a difficult year for a lot of people — all kinds of things. Especially recently there has been lot of calamities everywhere. So I’d like to wish everyone Happy Losar, with myself — reminding myself and others this is the time that we need to think about the teachings of the Buddha, especially ‘anitya’, impermanence.

And when I say impermanence, I’m not talking about that is going to be doomed and it’s going to get worse because that’s missing the point.
Anicca or the impermanence or the uncertainty that Buddha taught as one of his most fundamental teaching is to know that everything is changing.
Therefore, there’s all the reasons to be strong to — of course to prepare for the worst, but also always hope and plan for the best, for oneself and for others.

And I believe in prayers. Although some of you may think that as a follower of the Buddha, the one who taught the selflessness, the anatta, everything as an illusion, you may think that ‘I don’t believe in prayers,’ but that’s really again misinterpreting the core of the teachings of the Buddha.

Because everything is illusion, the greatest sort of character if you like, what makes Buddhism so special is while we know that everything doesn’t have a truly existing nature, that everything is an illusion, everything is dependent arising, and because of that everything is functionable.
Cause and condition works.

All the relative world functions and fits and makes sense. So having confidence on that, I believe in prayer. Buddha said everything, every phenomenon is driven by cause and condition. And of all the cause and condition, mind, consciousness, is the most powerful cause and condition.

Therefore, this mind wishing to be happy, prosperous, wishing to be healthy, especially when if you are wishing this not only to yourself, but to the rest of the world, and not only the rest of the human beings, but to every being, then that wish is the most supreme wish.

So today I’m going to take this path of wishing you all well and that we will overcome all kinds of ailment and calamities and disasters of the outer, inner, and secret.


◄║►

Bodhisattva-meditatie (Asanga)

Asanga

Fragment uit de Bodhisattvabhumi van Asanga (4e eeuw n.C., grondlegger van de Yogacaraschool, een van de bronnen van de zentraditie). Hierin beschrijft hij hoe boeddha’s (tathagata’s) beginnende bodhisattva’s onderrichten in meditatie.

Bron:
Asanga: The bodhisattva path to unsurpassed enlightenment; a complete translation of the Bodhisattvabhumi. Boulder 2016, p. 642 e.v.
(vertaling en redaktie: Ad van Dun)

Tathagata’s [boeddha’s] adviseren beginnende bodhisattva’s als volgt.

Goede vriend, nadat je uit eigen beweging en zonder gezelschap naar een afgezonderde plek bent gegaan, richt je eenvoudig je aandacht innerlijk op de naam die je gekregen hebt van je vader en moeder of van je leraar. Daarna overweeg je het volgende.

“Bestaat er buiten mijn zes zintuigfunkties ergens innerlijk, uiterlijk of anderszins een autonome entiteit waar deze naam, deze klank, deze aanduiding of uitdrukking [je eigen naam] betrekking op heeft?”

Wanneer je je aandacht op de juiste manier hierop richt, zul je een dergelijke entiteit niet waarnemen. Enkel de volgende gedachte zal zich aandienen: “Deze willekeurige aanduiding [je eigen naam] treedt slechts op met betrekking tot allerlei willekeurige [wereldse] entiteiten.”

Goede vriend, wanneer dit besef van vluchtigheid met betrekking tot je naam is gewekt in jou en door jou begrepen wordt, richt je op de juiste manier je aandacht innerlijk op de naam ‘oog’, de klank ‘oog’ en de aanduiding ‘oog’ zoals die optreden in verband met je oog. Daarna richt je je aandacht op het volgende.

Je kunt twee dingen constateren met betrekking tot je oog. Het ene is: “Dit is een naam, een klank, een aanduiding ‘oog’”, en het andere is: “Deze naam, klank en aanduiding treden op vanwege de werking van de vitale grondsubstantie [tathata, zodanigheid, ultieme werkelijkheid].” Er bestaat niets anders dan dit, en ons bestaan omvat niet meer dan deze twee aspecten.

Waar het om gaat is dat de naam, de klank en de aanduiding die optreden in verband met het oog niet het oog zijn, en bovendien dat de grondsubstantie die het verschijnen van een notie ‘oog’ mogelijk maakt óók niet een oog is dat intrinsiek werkelijk bestaat.
Dit vraagt om enige toelichting.

Lees verder...

Zonder een naam of klank of aanduiding ‘oog’ zou niemand een notie van een oog kunnen ontwikkelen. Anderzijds, wat betreft de grondsubstantie [die het verschijnen van een notie ‘oog’ mogelijk maakt]: gesteld dat deze óók een autonome essentie [d.w.z. een entiteit] zou zijn die men met een naam kan aanduiden, dan is voor het ontstaan van de notie ‘oog’ niet langer [exclusief] de naam ‘oog’ vereist. Want dan zou de notie van wat wij ‘oog’ noemen simpelweg [continu] ontstaan vanuit die substantie zelf, zonder zelfs maar enige naam te hanteren.

Maar een dergelijk funktioneren kunnen we nergens waarnemen. Dit betekent dat de naam ‘oog’ en de klank ‘oog’ ongrijpbare verschijnselen zijn die optreden op basis van een ongrijpbare substantie. Door je aandacht op deze manier te richten op het oog, innerlijk en op de juiste manier, kun je ook met betrekking tot de aanduiding ‘oog’ het besef van vluchtigheid [ongrijpbaarheid, willekeur, illusie] wekken en toelaten.

Zoals dit geldt voor het oog, zo geldt dit ook voor het oor, de neus, de tong, het lichaam en zo verder, tot en met de dingen die worden gezien, gehoord, overwogen en gemaakt, de dingen die verworven zijn en die nagestreefd worden, en de dingen waarover men beraadslaagt en waarop men zich bezint met de geest.

Kortom, de notie van vluchtigheid zal ook gewekt en begrepen worden met betrekking tot alle aanduidingen die verband houden met welk verschijnsel dan ook. Zo zul je vertrouwd raken met het pad van verzamelen [sambhara-marga*] dat tot doel heeft je te bevrijden van het hardnekkig idee dat je een persoonlijk zelf bezit. En op een vergelijkbare manier kun je je ontdoen van de hardnekkige concepten die je hebt ontwikkeld over alle overige verschijnselen.

Dankzij een bewust gewaarzijn waarmee je al het kenbare grondig onderzoekt en dankzij het besef dat alle namen van verschijnelen illusoir zijn, ontdoe je je steeds opnieuw van de vele conceptuele spinsels die zich voordoen naar aanleiding van de talloze verschijnselen. Op deze manier vestig je je duurzaam in de werkelijke substantie [vastu] met een nonconceptuele geest die geen kenmerken heeft en die zich louter bezighoudt met het waarnemen van echte beleving. Je zult eenpuntigheid van geest verwerven, dankzij de beoefening van eenpuntige concentratie die zijn oorsprong vindt in de wijsheid van onze ware natuur.

Wanneer je dan je aandacht bijvoorbeeld richt op onaantrekkelijkheid [onthechting, sterfelijkheid] als meditatie-object, dan moet je de verbinding niet verliezen met dit basisbewustzijn [het besef van ultieme werkelijkheid].
Je kunt aandacht schenken aan welk meditatie-object dan ook: liefdevolle vriendelijkheid [maitri], het geconditioneerde karakter van oorzaak en gevolg [pratityasamutpada], de diversiteit van de elementen [dhatu], de ademhaling volgen [anapana-smriti], de eerste meditatieve verzonkenheid [dhyana], enzovoorts tot en met de staat van gewaarzijn-noch-niet-gewaarzijn [samapatti] of een van de onmetelijke bodhisattva-oefeningen zoals diepe meditatie [samadhi], bovennatuurlijke vermogens [riddhi], eenpuntige concentratie en staten van gelijkmoedigheid.*
Maar wát je ook doet, laat de verbinding met dit basisbewustzijn continu voelbaar zijn.

Op deze manier zal deze bodhisattva-oefening, deze vorm van aandacht, uiteindelijk leiden tot definitieve-authentieke-complete verlichting [anuttara-samyak-sambodhi].
Weet dat bodhisattva’s via dit pad overal thuisraken. Dit is het advies dat de tathagata’s in het verleden gaven aan beginnende bodhisattva’s, dat zij aan hen in de toekomst zullen geven en dat zij aan hen geven op dit moment.

* zie model Bodhisattva-pad (pdf)


◄║►

Boeddha’s ene motief

De boeddha’s in deze wereld
verschijnen enkel vanuit dit ene motief:
ze willen alle levende wezens helpen
zich te openen voor boeddhawijsheid,
ze willen alle levende wezens helpen
de boeddhawijsheid te zien,
ze willen alle levende wezens helpen
de boeddhawijsheid te begrijpen,
ze willen alle levende wezens helpen
de weg van boeddhawijsheid te gaan.

Weet, Shariputra,
dat ik van oudsher een gelofte heb afgelegd
waarmee ik alle wezens wil helpen
gelijk te zijn aan mij, zonder enig onderscheid.

De oorspronkelijke gelofte van alle boeddha’s luidt:
“Door middel van de boeddhaweg die ik bewandel
wil ik alle wezens in het universum helpen
samen met mij dezelfde weg te realiseren.”

Met mijn boeddha-ogen neem ik waar
en zie de schepselen in de zes bestaanswerelden,
behoeftig en zonder vervulling,
op het gevaarlijke pad van sterfelijkheid,
in voortdurende, eindeloze pijn,
stevig geketend aan de vijf verlangens,
zoals het rund zich naar zijn staart keert,
gesmoord in eigenbelang en verdwazing,
blind en onachtzaam.

Maar hoe kan men lijden oplossen
door middel van lijden?

Sinds onheuglijke tijden heb ik
de wet van nirvana [1] aanbevolen en uitgelegd
om de dodelijke aandoening definitief te stillen.
Onophoudelijk heb ik deze waarheid verkondigd.

Maar weet: mijn verkondigen van nirvana
betekent geen daadwerkelijk verdwijnen,
want alle bestaan is van oorsprong
tijdloos gevestigd in nirvana-aard.

Kato, B., Tamura, Y. en Miyasaki, K.: The threefold Lotus sutra.
Tokyo 1975, p. 59-74 (selectie). Vert.: Ad van Dun
Afb.: Cleary, T.: The Buddha scroll. Boston 1999

[1]

Vrede [nirvana] is
de bestendige sfeer
buiten het denken
die ongeboren
niet ontstaan is.

Breet, J. de en Janssen, R.: De verzameling van korte teksten 2.
Rotterdam 2007, p. 214


◄║►

Goed gezelschap

rol-1 (van rechts naar links)
Ajita, Ajada, Vanavasin, Karika
rol-2 (van rechts naar links)
Bhadriputra, Bhadra, Kanakabhasa, Kanakabhrajishta
rol-3 (van rechts naar links)
Vakkula, Rahula, Dhrtabhandaka
rol-4 (van rechts naar links)
Pindolabhrajistha, Bhandaka, Nagasena, Gopaka
rol-5 (van rechts naar links)
Abhidha, Kashyapa, Ananda
rol-6 (van rechts naar links)
Bodhidharma, Huike, Sengcan
rol-7 (van rechts naar links)
Daoxin, Honren, Huineng

Zie ook: Boeddha’s ene motief.

Bron:
Cleary, Thomas: The Buddha scroll. Boston 1999


◄║►