Boeddha’s ene motief

De boeddha’s in deze wereld
verschijnen enkel vanuit dit ene motief:
ze willen alle levende wezens helpen
zich te openen voor boeddhawijsheid,
ze willen alle levende wezens helpen
de boeddhawijsheid te zien,
ze willen alle levende wezens helpen
de boeddhawijsheid te begrijpen,
ze willen alle levende wezens helpen
de weg van boeddhawijsheid te gaan.

Weet, Shariputra,
dat ik van oudsher een gelofte heb afgelegd
waarmee ik alle wezens wil helpen
gelijk te zijn aan mij, zonder enig onderscheid.

De oorspronkelijke gelofte van alle boeddha’s luidt:
“Door middel van de boeddhaweg die ik bewandel
wil ik alle wezens in het universum helpen
samen met mij dezelfde weg te realiseren.”

Met mijn boeddha-ogen neem ik waar
en zie de schepselen in de zes bestaanswerelden,
behoeftig en zonder vervulling,
op het gevaarlijke pad van sterfelijkheid,
in voortdurende, eindeloze pijn,
stevig geketend aan de vijf verlangens,
zoals het rund zich naar zijn staart keert,
gesmoord in eigenbelang en verdwazing,
blind en onachtzaam.

Maar hoe kan men lijden oplossen
door middel van lijden?

Sinds onheuglijke tijden heb ik
de wet van nirvana [1] aanbevolen en uitgelegd
om de dodelijke aandoening definitief te stillen.
Onophoudelijk heb ik deze waarheid verkondigd.

Maar weet: mijn verkondigen van nirvana
betekent geen daadwerkelijk verdwijnen,
want alle bestaan is van oorsprong
tijdloos gevestigd in nirvana-aard.

Kato, B., Tamura, Y. en Miyasaki, K.: The threefold Lotus sutra.
Tokyo 1975, p. 59-74 (selectie). Vert.: Ad van Dun
Afb.: Cleary, T.: The Buddha scroll. Boston 1999

[1]

Vrede [nirvana] is
de bestendige sfeer
buiten het denken
die ongeboren
niet ontstaan is.

Breet, J. de en Janssen, R.: De verzameling van korte teksten 2.
Rotterdam 2007, p. 214


◄║►

Nirvana van de boeddha’s

Bodhisattva Dridhamati vroeg aan devaputra Matyabhimukha: “Waar gaan de boeddha’s heen?”
De devaputra antwoordde: “De boeddha’s gaan, vanwege de zodanigheid [tathata] der dingen, nergens heen.”

Dridhamati: “Gaan de boeddha’s niet naar nirvana?”
De devaputra: “Alle dingen bevinden zich al in nirvana; daarom gaan de boeddha’s niet naar nirvana. Waarom? Vanwege de aard van nirvana zelf, gaat men niet naar nirvana.”

Dridhamati: “Heeft de Tathagata [boeddha Shakyamuni] niet gezegd: ‘Alle boeddha’s, talrijk als de zandkorrels langs de Ganges, verschijnen en bereiken nirvana’?”
De devaputra: “Goede vriend, heeft hij niet ook gezegd: ‘Er is één individu dat in de wereld verschijnt voor het welzijn en geluk van vele levende wezens, voor de ontwikkeling, het welzijn en het geluk van het grote lichaam waar mensen en goden toe behoren. Wie is dat ene individu? De Tathagata, de heilige, de weergaloos volmaakte verlichte’.
Hoe zie je dit? Zou de Tathagata werkelijk een individu zijn dat onderhevig is aan ontstaan en vergaan?”

Dridhamati: “O devaputra, de Tathagata wordt in werkelijkheid niet gekenmerkt door ontstaan of vergaan.”
De devaputra: “Goede vriend, weet dan: ook al spreekt de Tathagata over ‘Boeddha die in de wereld verschijnt’, voor de Tathagata is er geen werkelijk verschijnen. En ook al spreekt de Tathagata over ‘Boeddha die opgaat in nirvana, voor de Tathagata is er geen werkelijk opgaan.”

Dridhamati: “Zijn er op dit moment niet ontelbare Tathagata’s die volledige verwerkelijking bereiken?”
De devaputra: “Het is geheel in overeenstemming met de wet [letterlijk: de natuur] van het niet-ontstaan en het niet-vergaan dat de Tathagata’s volledige verwerkelijking bereiken.
Goede vriend, het doet er niet toe of er boeddha’s verschijnen in de wereld en of zij opgaan in nirvana. Waarom? De Tathagata’s begrijpen volledig dat alle dharma’s [verschijnselen] in essentie vredig van aard zijn – dat is waarom zij boeddha’s worden genoemd.”

Dridhamati: “Als alle dharma’s wezenlijk vredig zijn, hoe moet men dan de functie van nirvana [het opgaan in vrede] zelf begrijpen?”
De devaputra: “Het feit dat alle dharma’s wezenlijk vredig zijn is identiek aan nirvana zelf. Als je dit begrijpt, begrijp je de aard van nirvana.
Goede vriend, als de Tathagata’s optreden in de wereld, dan is dat niet dankzij een ontstaan, een tijdsduur en een vergaan; het is juist dankzij de afwezigheid van ontstaan, tijdsduur en vergaan, dat het optreden van een Boeddha kan worden aangeduid.”

Bron: E. Lamotte: Surangamasamadhisutra; the concentration of heroic progress. London 1998, p 165-166 (vert.: Ad van Dun)
Afbeelding: bodhisattva Avalokiteshvara


◄║►

Liefdeslied (Rilke)

Liefdeslied

Hoe wend ik mijn ziel
om jou niet te raken
hoe til ik haar over
jou heen naar de rest

waar vind ik de plek
in vreemdste omgeving
die niet wordt geroerd
door jouw dieper bestaan

als de strijkstok twee snaren
zingt versmelting
één stem

op welk instrument
tovert wie dit
huidloze deinen?

Bron: Rilke, Rainer Maria: Ausgewählte Gedichte.
Frankfurt 1981, p. 52. Vertaling: Gedel


◄║►